Job 19:1-29 HTB

[1] Job gaf Bildad het volgende antwoord: [2] ‘Hoe lang blijven jullie mij nog tergen en proberen mij met woorden te verpletteren? [3] Jullie hebben nu al tienmaal verteld dat ik een zondaar ben! Schamen jullie je niet mij elke keer zo aan te vallen? [4] Trouwens, als ik inderdaad verkeerd was, is dat in de eerste plaats mijn zorg. [5] Als jullie zoʼn hoge dunk van jezelf hebben en mij erop wijzen dat ik schuldig ben, [6] weet dan wel dat God mij heeft overweldigd en in zijn net heeft gevangen. [7] Ik roep wel om hulp, maar Hij hoort mij niet. Ik schreeuw, maar een rechtvaardige behandeling krijg ik niet. [8] God heeft mij de weg versperd en mijn licht veranderd in duisternis. [9] Hij heeft mij van mijn eer beroofd en mij mijn kroon afgenomen. [10] Van alle kanten heeft Hij mij afgebroken en nu is het met mij gedaan, mijn hoop heeft hij met wortel en tak uitgerukt. [11] Zijn brandende toorn is tegen mij gericht en Hij beschouwt mij als een vijand. [12] Hij stuurt zijn troepen om mijn tent te omsingelen en te belegeren. [13] Mijn broers en mijn vrienden heeft Hij weggestuurd en zij zijn van mij vervreemd. [14] Mijn familieleden zijn weggebleven en mijn vrienden hebben mij in de steek gelaten. [15] Mijn gasten, ook mijn dienaren, behandelen mij als een vreemdeling. [16] Ik roep mijn dienaar, maar hij komt niet, zelfs niet als ik hem smeek te komen. [17] Mijn eigen vrouw heeft een afkeer van mijn adem en mijn broers vinden dat ik stink. [18] Zelfs jonge kinderen hebben een afkeer van mij. Als ik ga staan om iets te zeggen, lachen zij mij uit! [19] Mijn beste vrienden mijden mij. De mensen van wie ik hield, keren zich tegen mij. [20] Ik ben vel over been en heb alleen mijn tandvlees overgehouden. [21] Och mijn vrienden, heb toch medelijden met mij, want de hand van God heeft mij hard geslagen. [22] Waarom achtervolgen jullie mij net zoals God doet? Krijgen jullie er nooit genoeg van mij te beledigen? [23] Och, ik zou willen dat mijn woorden met een ijzeren stift in lood gegrift, ja in de rots werden gehouwen, zodat zij daar voor altijd zouden staan. [25] Want ik weet dat mijn Verlosser leeft en dat Hij uiteindelijk mijn recht hier op aarde zal herstellen. [26] Ook al is mijn lichaam dan geschonden, toch zal ik in dit lichaam God aanschouwen. [27] Ja, ik zal Hem zelf zien, niet iemand anders, met mijn eigen ogen. O, wat verlangt mijn hart daarnaar! [28] Hoe durven jullie mij te blijven beschuldigen, alsof ik al schuldig ben bevonden? [29] Ik waarschuw jullie dat jullie gevaar lopen te worden gestraft voor wat jullie nu doen!’

About this translation

Het Boek 2007 - Dutch cover
Het Boek 2007 - Dutch $5.99
Life Bible app icon
Get the Life Bible app Read offline, sync highlights and notes, and study with your library on any device.