Spreuken 27:1-27 HTB
[1] Verheug u niet bij voorbaat over de dag van morgen, want u weet niet wat een dag zal brengen. [2] Laat u liever door een ander prijzen, dat is beter dan dat u zichzelf prijst. [3] Een steen is zwaar en zand gewichtig, maar de woede van een dwaas is zwaarder om te dragen. [4] Boosheid en overmatige woede brengen wreedheid voort, maar zij zijn nog niets vergeleken bij jaloezie. [5] Een openlijke bestraffing is beter dan dat iemand zwijgt uit liefde. [6] De berispingen van iemand die van u houdt, worden ingegeven door vriendschap. Maar vriendelijkheid van iemand die u haat, komt voort uit bedrog. [7] Iemand die zojuist gegeten heeft, taalt niet meer naar lekker eten, maar honger maakt rauwe bonen zoet. [8] Zoals een uit het nest gevallen vogel rondzwerft, zo doolt een man rond die zijn vaderstad verliet. [9] Geurige olie maakt het hart blij, net zoals de goede raad die de ene vriend de andere geeft. [10] Verlaat uw vriend en die van uw vader niet, maar wendt u in tijden van tegenspoed niet tot uw broeder. Want een goede buurman is beter dan een ver familielid. [11] Wees verstandig, mijn zoon, en maak mijn hart blij, dan kan ik wie mij aanvalt van repliek dienen. [12] Een bedachtzaam en verstandig mens ziet het dreigend gevaar en verbergt zich, maar de onverstandigen blijven gewoon doorgaan en worden dus gestraft. [13] Heeft iemand zich garant gesteld voor een onbekende, neem dan zijn mantel als onderpand. [14] Wie zijn kennis al ʼs morgens vroeg luidruchtig en joviaal een groet toeroept, zal met argwaan bekeken worden. [15] Een lekkend dak bij zware regen is net zo erg als een ruziënde vrouw. [16] Zij is net zo ongrijpbaar als de wind, netzomin te verbergen als de geurige olie die u op uw rechterhand strijkt. [17] Zoals ijzer met ijzer wordt geslepen, zo scherpt de ene mens de ander. [18] Wie goed voor de vijgenboom zorgt, zal de vijgen ervan eten. Wie zorg heeft voor zijn heer, wordt gerespecteerd. [19] Zoals het water het uiterlijk van een mens weerspiegelt, geeft het hart van een mens zijn innerlijk weer. [20] Hel en verderf zijn nooit te verzadigen, datzelfde geldt voor de verlangens van een mens. [21] Zoals de smeltkroes het zilver toetst en de oven het goud, zo wordt een mens getoetst door zijn reputatie. [22] Al stamp je een dwaas in een mortier met een vijzel, midden tussen het gestampte graan, toch raakt hij zijn dwaasheid niet kwijt. [23] Doe uw best om elk schaap in uw kudde te kennen, let goed op uw have en vee. [24] Want rijkdom duurt niet eeuwig en aanzien en rijkdom gaan niet vanzelfsprekend over van vader op zoon. [25] Wanneer het gras opkomt en begint te bloeien, moeten de gewassen op de berghellingen worden geoogst. [26] De huiden en de wol van uw lammeren kunt u gebruiken voor kleding, met de bokken kunt u betalen voor de grond. [27] Bovendien is de geitenmelk grondstof van veel voedsel voor u, uw gezin en uw personeel.
