Spreuken 11:1-31 HTB
[1] De HERE verafschuwt een weegschaal waaraan geknoeid is, maar een zuiver gewicht is goed in zijn ogen. [2] Op trots volgt altijd schande, op nederigheid volgt wijsheid. [3] De oprechtheid is een betrouwbare gids voor een eerlijk mens, maar trouwelozen gaan te gronde aan hun eigen slechtheid. [4] Aardse bezittingen helpen niet tegen Gods woede, alleen oprechtheid is voor Hem van waarde. [5] De rechtvaardigheid van een oprecht mens maakt hem duidelijk welke weg hij moet gaan, maar de goddeloosheid van een goddeloos mens brengt hem ten val. [6] Eerlijke mensen worden gered door hun oprechtheid, maar oneerlijke mensen raken verstrikt in hun slechtheid. [7] Wanneer een goddeloos mens sterft, komt een eind aan al zijn verwachtingen en ook zijn grootste hoop laat hem in de steek. [8] De rechtvaardige wordt uit de verdrukking bevrijd, waarna de goddeloze zijn plaats inneemt. [9] De huichelaar brengt met zijn woorden zijn naaste ten val, maar de rechtvaardige wordt door wijsheid gered. [10] De inwoners van een stad zijn blij dat het de rechtvaardigen goed gaat en als de goddelozen ten val komen, gaat een gejuich op. [11] Oprechte mensen zijn een zegen voor een stad en doen die groeien en bloeien, de invloed van goddelozen is echter vernietigend. [12] Een mens zonder verstand kijkt op zijn naaste neer, maar een verstandig man houdt zijn mond. [13] Wie roddels verspreidt, maakt geheimen bekend, maar een tactvol en betrouwbaar mens bedekt zoʼn zaak. [14] Wordt een land niet verstandig geregeerd, dan zet het verval in, met veel goede adviseurs blijft een land echter welvarend. [15] Als iemand zich voor een onbekende heeft borggesteld, zal hem dat zeker opbreken. Om een onbezorgd leven te leiden, kan men zich beter niet garant stellen. [16] Een vrouw krijgt eer door haar bevalligheid, een man krijgt rijkdom door zijn kracht. [17] Een zachtaardig en vriendelijk mens doet zichzelf goed, maar een wreed mens schaadt zichzelf. [18] Alles wat een goddeloze doet, is nutteloos, maar er is een beloning voor hem die goed doet. [19] Zo leidt de gerechtigheid naar het leven, terwijl de boosdoener zichzelf de dood injaagt. [20] De HERE verafschuwt slechte mensen, maar wie oprecht leeft, vindt genade in zijn ogen. [21] De boosdoener en zijn nageslacht zullen niet ongestraft blijven, maar God redt de kinderen van de oprechten. [22] Een mooie vrouw die haar verstand niet gebruikt, lijkt op een gouden ring in de neus van een varken. [23] Rechtvaardige mensen hopen alleen op het goede, maar goddeloze mensen staat Gods toorn te wachten. [24] Gulle en goedgeefse mensen krijgen toch steeds meer, maar wie gierig is, wordt steeds armer. [25] Een weldoener is een zegen en wordt daarvoor rijk beloond en iemand die zijn gaven over anderen uitgiet, zal van het goede worden voorzien. [26] Wie te weinig koren geeft, wordt door het volk vervloekt, maar de verkoper wordt gezegend. [27] Wie ijverig goed doet, zal goed ontmoeten, maar wie het kwade doet, krijgt het op zijn eigen hoofd terug. [28] Wie op zijn rijkdom vertrouwt, komt ten val, maar wie dat niet doet, is rechtvaardig en het zal hem voor de wind gaan. [29] Wie zijn huishouden niet in de hand houdt, zal arm worden. Hij wordt afhankelijk van degene die zijn huishouden wel goed voor elkaar heeft. [30] Wat de rechtvaardige voortbrengt, is als een boom die leven geeft. Wie wijs is, brengt mensen tot God. [31] De rechtvaardige ontvangt op aarde zijn beloning, dus ontlopen goddeloze en zondaar hun straf zeker niet!
