[1] Een psalm van Asaf. Een lied voor de koordirigent. Te begeleiden met snaarinstrumenten. [2] Iedereen in Juda kent God. Heel Israël eert en verheerlijkt Hem. [3] Zijn huis staat immers in Jeruzalem en Hij woont op de berg Sion. [4] Daar heeft Hij de wapens van de vijand vernietigd. [5] De geweldige bergen kunnen zich niet met U meten in pracht en heerlijkheid. [6] U versloeg de sterke vijanden. Zij sliepen gewoon in. Geen van al die dappere krijgers had nog kracht om tegen U op te staan. [7] Toen U Zich liet zien, God van Jakob, konden noch paarden noch strijdwagens meer iets beginnen. [8] U bent groot en beroemd, niemand kan in leven blijven als uw toorn ontbrandt. [9] Vanuit de hemel hebt U geoordeeld en de aarde werd helemaal stil van ontzag. [10] Toen stond God op als rechter en bevrijdde al de oprechte mensen op aarde. [11] Werkelijk, zelfs uw tegenstanders moeten U eer brengen. U houdt ze in toom. [12] Doe uw geloften aan de HERE, uw God. Kom ze ook na. Iedereen moet Hem offers en gaven brengen, want Hij is beroemd en gevreesd. [13] God verslaat alle tegenstanders, allen vrezen Hem.