Spreuken 8:1-36 HTB

[1] Hoor je de wijsheid niet roepen en klinkt de stem van het verstand niet overal? [2] Vanaf verhogingen, langs de wegen en op kruisingen, waar zij staat, [3] bij de poort, aan de ingang van de stad, en aan elke deur roept zij: [4] ‘Ik roep u, mannen, en richt mij tot alle mensenkinderen. [5] Kom tot bezinning, onverstandigen, stel uw hart open, onwijzen! [6] Luister, ik heb een belangrijke boodschap voor u, ik spreek over eerlijke zaken. [7] Mijn mond spreekt alleen maar waarheid, ik verafschuw leugens. [8] Uit alles wat ik zeg, spreekt oprechtheid en niets gemeens of verkeerds. [9] Het is overduidelijk voor verstandige mensen en mensen die inzicht hebben, zullen mij goed begrijpen. [10] Mijn lessen geven u meer dan zilver, deze kennis is kostbaarder dan puur goud. [11] Edelstenen vallen in het niet bij de wijsheid, zelfs uw stoutste dromen vallen daarbij in het niet. [12] Ik, de wijsheid, ga gepaard met een helder verstand en ik maak mij kennis en bedachtzaamheid eigen. [13] Eerbiedig ontzag voor de HERE houdt in dat u het kwaad, de trots, de hoogmoed, de goddeloosheid en leugens haat. [14] Raad en blijvende wijsheid zijn het mijne, ik ben het verstand en bezit alle kracht. [15] Door mij regeren koningen en bepalen bestuurders wat rechtvaardig is. [16] Door mij heersen de heersers, de edelen en alle rechters op aarde. [17] Ik heb lief wie mij liefhebben en wie mij ijverig zoeken, zullen mij ook vinden. [18] Ik ga samen met rijkdom en aanzien, duurzaam bezit en gerechtigheid. [19] Wat ik voortbreng, is beter dan zuiver goud, dan het allerpuurste goud en wat ik opbreng, is beter dan het zuiverste zilver. [20] Ik laat iemand wandelen op de weg van de gerechtigheid, midden op de goede wegen. [21] Zij die mij liefhebben, erven een onvervreemdbaar bezit en ik vul hun schatkamers. [22] Ik was het bezit van de HERE, toen Hij begon te werken, vanaf het prilste begin. [23] Ik ben gemaakt in het begin van de tijd, ik was er al voor de aarde bestond. [24] Ik was er al vóór de diepe wateren er waren, de bronnen, met hun overvloed aan water. [25] Voordat de bergen werden neergezet en heuvels zich verhieven, ben ik geboren. [26] Hij had de aarde en de velden nog niet gemaakt, nog geen zandkorreltje. [27] Maar toen Hij de hemelen schiep, was ik erbij en ook toen Hij de diepe wateren maakte. [28] Toen Hij de wolken hun plaats gaf en de diepe waterbronnen aan banden legde. [29] Toen Hij de zee inperkte, zodat de wateren Hem gehoorzaamden, en Hij de aarde grondvestte. [30] Ik was als een zuigeling bij Hem, dag in, dag uit spelend onder zijn oog. [31] Spelend in zijn wereld, op zijn aarde, mijn vreugde delend met de mensenkinderen. [32] Nu dan, kinderen, luister naar mij! Want gelukkig zijn zij die doen wat ik voorschrijf. [33] Luister naar mijn lessen en word wijs, onttrek u niet aan mijn onderwijs. [34] Gelukkig is hij die naar mij luistert, die voortdurend in mijn buurt is en mij niet uit het oog wil verliezen. [35] Want wie mij vindt, vindt het leven en oogst de goedkeuring van de HERE. [36] Maar wie tegen mij zondigt, brengt schade toe aan zijn ziel, allen die God en zijn wijsheid haten, hebben de dood lief.’

About this translation

Het Boek 2007 - Dutch cover
Het Boek 2007 - Dutch $5.99
Life Bible app icon
Get the Life Bible app Read offline, sync highlights and notes, and study with your library on any device.