[1] De HERE is de grote Koning. Laat de aarde daarom juichen en de landen aan de kust zich erover verblijden. [2] Om Hem heen zijn wolken en duisternis. Recht en rechtvaardigheid vormen de basis waarop Hij regeert. [3] Zijn macht en majesteit vernietigen zijn vijanden. [4] De hele wereld wordt door Hem verlicht als door bliksemschichten, de aarde beeft voor Hem. [5] Als de HERE verschijnt, smelten de bergen als was voor Hem. Hij is Heer over de hele aarde. [6] Zijn rechtvaardigheid klinkt door alle hemelen en alle volken zullen Hem zien. [7] Iedere afgodendienaar zal beschaamd staan, zij zullen zich op hun zogenaamde goden niet kunnen beroemen. Zelfs die moeten eenmaal voor Hem buigen. [8] Het volk van Israël is blij over Hem en ziet zijn grootheid. De dochters van Juda juichen U toe om de wijze waarop U rechtspreekt, HERE. [9] U, HERE, bent immers God, de Allerhoogste. Boven U is er niemand op aarde. U troont hoog boven alle goden. [10] Als u van de HERE houdt, haat dan elke vorm van kwaad. God beschermt zijn kinderen en behoedt hen voor elke goddeloze invloed. [11] Gods volgelingen mogen in het licht leven en Hij geeft vreugde in het hart van allen die Hem oprecht volgen. [12] Als u bij God hoort, verheug u dan in Hem. Wees blij en prijs zijn grote en heilige naam.