Psalmen 95:1-11 HTB

[1] Kom, laten wij lofliederen zingen tot eer van de HERE, laten wij Hem loven, want Hij is de rots van ons heil. [2] Laten wij met lofliederen naar Hem toegaan, met snaarinstrumenten Hem prijzen. [3] De HERE is een machtige God, de grote Koning. Er is niemand zoals Hij. [4] Hij beheerst de diepten van deze schepping en reikt met zijn hand tot aan de toppen van de bergen. [5] De zee en het land zijn van Hem, want Hij heeft beide gemaakt. [6] Kom, laten wij ons buigen, knielen en ons neerwerpen voor de HERE, die ons heeft gemaakt. [7] Hij is onze God en wij horen bij het volk dat Hij leidt. Als schapen volgen wij Hem. Luister toch elke dag naar wat Hij u zegt. [8] ‘Wees niet koppig, zoals de mensen bij Massa en Meriba, indertijd in de woestijn. [9] Uw voorouders hebben Mij toen uitgedaagd. Zij stelden Mij op de proef, hoewel zij mijn macht hadden gezien in wat Ik deed. [10] Veertig jaar lang heeft uw volk Mij moeite gegeven. Ik ergerde Mij aan hen. Ten slotte zei Ik: “Dit volk loopt voortdurend van Mij weg, het wil Mij niet volgen.” [11] Daarom heb Ik, toen Ik toornig was, gezworen dat het geen rust bij Mij zou vinden.’

About this translation

Het Boek 2007 - Dutch cover
Het Boek 2007 - Dutch $5.99
Life Bible app icon
Get the Life Bible app Read offline, sync highlights and notes, and study with your library on any device.