[1] Een gebed van David. Buig U tot mij over, HERE, en geef mij antwoord. Ik ben in grote moeilijkheden en zeer te beklagen. [2] Bescherm mij, ik heb immers diep ontzag voor U? U bent mijn God. Bevrijd uw dienaar die zijn vertrouwen op U stelt. [3] Mijn God, geef mij uw genade. De hele dag door roep ik naar U. [4] Geef mij uw vreugde, mijn God, ik richt mij helemaal op U. [5] Here, U bent zo goed en vergeeft graag. Ieder die U aanroept, mag zich koesteren in uw goedheid en liefde. [6] HERE, luister toch naar mijn gebed, neem mijn smeken ter harte. [7] In tijden van grote moeite en zorgen roep ik naar U, omdat U mij altijd antwoord geeft. [8] Geen van de afgoden kan zich met U meten, Here. Niemand kan uw werk evenaren. [9] Eenmaal zullen alle volken, die allemaal door U zijn gemaakt, naar U toekomen en voor U neerknielen, Here. Dan zullen zij allemaal uw naam eren. [10] Want U bent een grote God en U doet wonderen. Alleen U, mijn God, kunt dat doen. [11] HERE, leer mij hoe ik uw wil kan doen, zodat ik oprecht zal leven. Geef dat ik niet innerlijk verdeeld zal zijn, maar alleen U zal dienen. [12] Here, mijn God, ik wil U met mijn hele hart prijzen en altijd alleen uw naam de eer geven. [13] U bewijst mij zoveel goedheid en liefde, U hebt mij gered van de godverlatenheid. [14] Help mij, God, want mijn tegenstanders keren zich tegen mij. Misdadigers willen mij doden. Aan U denken zij niet. [15] Here, U bent een God die genade geeft en vol medelijden en liefde naar mij omziet. Ook bent U heel geduldig en toont mij uw liefde, goedheid en trouw. [16] Kom naar mij toe en geef mij uw genade. Geef uw dienaar kracht en bevrijd de zoon van uw dienares. [17] Laten mijn vijanden zien dat U mij helpt en redt. Dan zullen zij zich schamen omdat U, HERE, mij hebt geholpen en getroost.