Psalmen 74:1-23 HTB

[1] Een leerzaam gedicht van Asaf. O God, waarom stuurt U ons bij U weg? Waarom ontbrandt uw toorn tegen ons, de schapen van uw kudde? [2] Houd toch in gedachten dat wij van U zijn, U hebt ons volk uitgekozen als uw eigen volk. En in Jeruzalem hebt U uw woning gekozen. [3] Kom toch naar de puinhopen en kijk hoe uw tegenstanders uw heilig huis hebben verwoest. [4] Zij maakten lawaai in uw tempel en hebben er hun eigen afgoden neergezet. [5] Het leek wel of er iemand met een bijl was tekeergegaan. [6] Met allerlei werktuigen hebben zij het houtsnijwerk in uw tempel vernield. [7] Zij hebben de tempel in brand gestoken en uw woning helemaal platgebrand, nu is het geen heilige plaats meer. [8] Zij maakten plannen om het hele volk te onderdrukken en hebben alle heiligdommen in het land verbrand. [9] Nu hebben wij geen zichtbare tekenen van de eredienst meer en er is geen profeet meer te bekennen. Niemand van ons weet hoelang dit nog moet duren. [10] Hoelang zal de vijand nog de spot met ons drijven, o God? Zal hij U altijd blijven bespotten? [11] Waarom doet U niets? Waarom slaat U hen niet neer? Uw hand is toch machtig? Vernietig hen toch! [12] Toch is God al sinds mensenheugenis onze Koning! Hij zorgt overal voor bevrijding. [13] U hebt de zee gespleten door uw kracht, U hebt de zeemonsters vernietigd. [14] U hebt de koppen van het zeemonster Leviatan vermorzeld en als voedsel aan de dieren in de woestijn gegeven. [15] U laat bronnen en beken ontspringen en stromen, U laat ook de altijd stromende rivieren opdrogen. [16] De dag is van U en ook de nacht is uw bezit. U hebt het licht en de zon geschapen. [17] U hebt de grenzen van land en water vastgesteld. Zomer en winter hebt U gemaakt. [18] Kijk toch eens, HERE, hoe de tegenstanders U bespotten, dit dwaze volk wil niet naar U luisteren. [19] Bescherm uw volk tegen de heidenen, lever uw volk niet aan hen uit. Spaar het leven van uw volgelingen, die er jammerlijk aan toe zijn. [20] Denk aan het verbond dat U met hen sloot, want overal steekt het geweld de kop op. [21] Stel hen die onderdrukt worden, niet teleur. Laten de armen en verdrukten reden hebben uw naam te loven en te prijzen. [22] Kom er toch bij, o God! Voert U de strijd voor ons. En denk eraan hoe die dwaze ongelovigen U de hele dag bespotten. [23] Vergeet niet hoe uw vijanden tegen U schreeuwen, hoe zij die niet bij U willen horen, tegen U tieren. Het stijgt allemaal omhoog tot U.

About this translation

Het Boek 2007 - Dutch cover
Het Boek 2007 - Dutch $5.99
Life Bible app icon
Get the Life Bible app Read offline, sync highlights and notes, and study with your library on any device.