Psalmen 56:1-14 HTB

[1] Een waardevol lied van David voor de koordirigent. Te zingen op de wijs van: ‘De duif op verre eilanden.’ Dit lied schreef hij nadat de Filistijnen hem bij Gath gevangennamen. [2] Wees mij nabij, o God, en geef mij uw genade, want de mensen trappen mij tegen de grond. De hele dag brengen mijn tegenstanders mij in het nauw. [3] Mijn vijanden tergen mij de hele dag. Tallozen staan nu boven mij en strijden tegen mij. [4] Juist als alles mij angst aanjaagt, stel ik op U mijn vertrouwen. [5] Op U, mijn God. Ik prijs uw woord. Ik vertrouw op God en ken geen angst, wat zouden mensen mij kunnen aandoen? [6] Zij verdraaien voortdurend mijn woorden, zij beramen kwade plannen tegen mij. [7] Zij willen mij overvallen en bespioneren mij. Zij letten op elke stap die ik zet in de hoop mij te kunnen doden. [8] Zouden zij die zoveel slechts en zoveel zonden doen, kunnen ontkomen? O God, vernietig hen. [9] U neemt mijn zwerftochten waar en kent elke traan die ik stort. Alles staat immers in uw boek? [10] Als ik U te hulp roep, zullen mijn vijanden terugdeinzen. Ik weet zeker dat God mij zal helpen. [11] Ik loof en prijs het woord van God. Ik loof en prijs het woord van de HERE. [12] Ik vertrouw op God en ken geen angst. Wat zou een mens mij kunnen aandoen? [13] Ik heb U geloften gedaan, o God. Ik zal ze nakomen met offers waarmee ik U zal loven en prijzen. [14] Want U hebt mij bevrijd van de dood, mij het leven teruggegeven. U hebt mij weer in ere hersteld. Nu mag ik weer leven voor Gods aangezicht in zijn licht, dat leven geeft.

About this translation

Het Boek 2007 - Dutch cover
Het Boek 2007 - Dutch $5.99
Life Bible app icon
Get the Life Bible app Read offline, sync highlights and notes, and study with your library on any device.