[1] Een lied van de Korachieten voor de koordirigent. Te zingen op de wijs van ‘De Jonkvrouwen.’ [2] Bij God vinden wij bescherming, Hij is onze kracht. In de moeilijkste omstandigheden bleek steeds weer dat Hij ons te hulp komt. [3] Daarom kennen wij ook geen angst, al nam de aarde een andere positie in en al scheurden de bergen die op de zeebodem staan. [4] Laat het water maar bruisen en kolken, laten de bergen maar wankelen door de kracht van het water. [5] Jeruzalem verblijdt zich over haar rivier, de stad van God die het heiligste huis van God, de Allerhoogste, is. [6] God woont in haar, zij zal niet snel ten onder gaan. Elke dag opnieuw helpt God haar. [7] Volken voeren oorlogen en koninkrijken wankelen, maar wanneer God zijn stem verheft, krimpt zelfs de aarde ineen. [8] De Almachtige HERE is met ons. De God van Jakob beschermt ons. [9] Kom maar en kijk naar alles wat de HERE heeft gedaan. Hij richt verwoestingen aan op aarde. [10] Hij laat overal de oorlogen ophouden, breekt de wapens doormidden en verbrandt de strijdwagens. [11] ‘Word rustig en weet dat Ik God ben. Ik ben de Hoogste onder alle volken, de Grootste op de hele aarde.’ [12] De Almachtige HERE is met ons, de God van Jakob beschermt ons.