[1] Prijs de HERE! Zing een nieuw lied voor de HERE, prijs Hem in de samenkomsten van de getrouwen. [2] Laat Israël blij zijn als het aan zijn maker denkt. Laten alle inwoners van Jeruzalem jubelen over hun Koning. [3] In een reidans kunnen zij zijn naam prijzen. Met tamboerijn en citer psalmen voor Hem zingen. [4] Want de HERE houdt van zijn volk. Hij bemoedigt en bevestigt de mensen die zich aan Hem onderwerpen. [5] Laten de gelovigen Hem eren en voor Hem jubelen. Zelfs als zij in bed liggen, juichen zij nog over hun God. [6] In hun mond zijn de lofprijzingen voor God. In hun hand hebben zij een tweesnijdend zwaard. [7] Daarmee kunnen zij wraak nemen op de vreemde volken en ongelovige volken afstraffen. [8] Hun koningen zullen zij geboeid gevangennemen en de leiders in ijzeren boeien slaan. [9] Zo wordt het vonnis dat God voorheen voorspelde, aan hen voltrokken. Dat is de eer voor hen die God trouw bleven. Prijs de HERE!