Psalmen 118:1-29 HTB
[1] Prijs de HERE, want Hij is een goede God. Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig. [2] Laat eerst het volk van Israël zeggen: ‘Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.’ [3] Laat dan het nageslacht van Aäron zeggen: ‘Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.’ [4] En laat nu ieder die ontzag heeft voor de HERE, zeggen: ‘Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.’ [5] Toen ik het heel erg moeilijk had, heb ik de HERE aangeroepen. Hij heeft mij antwoord gegeven en mij bevrijd. Ik kon het allemaal weer aan. [6] De HERE is dicht bij mij, ik ben nergens meer bang voor. Want wat kan een mens mij nu nog aandoen? [7] De HERE is dicht bij mij en mijn vrienden, daarom kan ik neerzien op mijn tegenstanders. [8] Het is het beste te leven onder de bescherming van de HERE, dat biedt meer zekerheid dan wanneer men op mensen vertrouwt. [9] Het is het beste te leven onder de bescherming van de HERE, dat biedt meer zekerheid dan wanneer men het verwacht van machthebbers. [10] Toen ik van alle kanten werd ingesloten, heb ik de vijand neergeslagen in de naam van de HERE. [11] Toen zij mij omringden, heb ik ze in de naam van de HERE neergeslagen. [12] Het leek wel alsof ik door een zwerm bijen werd aangevallen, maar ik heb ze uitgerookt, ik heb hen neergeslagen in de naam van de HERE. [13] U hebt mij flink te pakken gehad, ik was zelfs gevallen. Maar de HERE hielp mij. [14] De HERE is mijn kracht en ik zing een loflied voor Hem. Hij heeft mij bevrijd. [15] Luister! Vanuit de huizen van de gelovigen klinken overwinningsliederen en lofzangen. De rechterhand van de HERE is sterk en doet grote dingen. [16] De rechterhand van de HERE helpt mensen overeind. De rechterhand van de HERE is sterk en doet grote dingen. [17] Ik kom niet om in de strijd, maar zal overleven en iedereen vertellen wat de HERE heeft gedaan. [18] De HERE heeft mij pijnlijk gestraft, maar Hij heeft mij in leven gelaten. [19] Laat mij zien waar de rechtvaardigheid is, dan zal ik daar naar binnen gaan. Ik wil de HERE prijzen. [20] De rechtvaardigheid is waar de HERE woont, de gelovigen mogen bij Hem komen. [21] Ik prijs U, want U hebt mij gehoord en geantwoord. U hebt mij gered. [22] De steen die door de bouwers was afgekeurd, is juist de hoeksteen geworden. [23] Zo heeft de HERE het gewild en wij zien dat als een groot wonder. [24] Deze dag heeft de HERE gemaakt, het is goed dat wij deze dag jubelen en grote blijdschap ervaren. [25] HERE, geef ons bevrijding! HERE, geef ons welvaart. [26] Gezegend is hij die komt in de naam van de HERE. Wij zegenen u vanuit het huis van de HERE. [27] De HERE is onze God. Hij zorgt ervoor dat wij in het licht kunnen leven. Zet de lofoffers maar vast klaar naast het altaar. Bind ze eraan vast. [28] U bent mijn God, ik zal U prijzen. Mijn God, U bent de Allerhoogste! [29] Prijs de HERE, Hij is een goede God! Zijn goedheid en liefde zijn eeuwig.
