Job 22:1-30 HTB
[1] Elifaz sprak voor de derde maal tegen Job: [2] ‘Kan een gewone sterveling God van dienst zijn? Zelfs de meest wijze mens kan dat niet. [3] Doet het de Almachtige ook maar enig plezier als jij rechtvaardig bent? Maakt het Hem iets uit of jij zonder zonden bent? [4] Straft Hij je soms omdat je zo gelovig bent? [5] Natuurlijk niet! Hij doet dat omdat je zo slecht bent! Je zonden zijn onmetelijk! [6] Je moet bijvoorbeeld ten onrechte een onderpand hebben geëist van noodlijdende vrienden, ja, je moet mensen letterlijk en figuurlijk hebben uitgekleed. [7] Je moet de dorstigen water en de hongerigen brood hebben geweigerd, [8] terwijl je een vooraanstaand man was, een geëerd landeigenaar! [9] Je stuurde weduwen weg zonder hen te helpen en hebt wezen van hun rechten beroofd. [10] Daarom ben je nu omringd door valstrikken en word je geplaagd door onverwachte gevaren, duisternis en aanstormende rampen. [12] God is zo machtig, Hij woont hoger dan de hemelen, hoger dan de sterren. [13] Maar dan zeg jij: “Daarom kan Hij niet zien wat ik doe. Hoe kan Hij door de dikke duisternis heen iets beoordelen? [14] Want Hij is omringd door zware wolken, zodat Hij ons niet kan zien. Hij is ver boven ons verheven en wandelt door de hemelse zalen.” [15] Besef je niet dat degenen die de oude paden van de zonde bewandelen, in hun jeugd worden weggerukt en dat het fundament van hun leven wordt weggespoeld? [17] Want zij zeiden tegen God: “Laat ons met rust, God! Wat kunt U nu voor ons doen?” [18] Maar tegelijkertijd vergaten zij dat Hij hun woningen met allerlei goede dingen had gevuld. Daarom moet ik niets hebben van de houding van de goddelozen. [19] De rechtvaardigen zullen er getuige van zijn dat zij worden vernietigd, de onschuldigen zullen de goddelozen uitlachen en zeggen: [20] “Kijk, onze vijanden en hun welvaart worden vernietigd door het vuur!” Houd op met God tegen te spreken! Word het met Hem eens, dan zul je uiteindelijk rust krijgen! [21] Zijn welwillendheid zal je omringen, als je maar wilt toegeven dat je het bij het verkeerde eind had. [22] Luister naar zijn woorden en berg die op in je hart. [23] Als je terugkeert naar God en het verkeerde uit je leven wegdoet, zul je in ere worden hersteld. [24] Als je je geldzucht opzijzet en je goud weggooit, [25] zal de Almachtige Zelf je goudschat worden, Hij zal je zuiverste zilver zijn! [26] Dan zul je je weer verheugen in de HERE en opzien naar God. [27] Je zult tot Hem bidden en Hij zal naar jou luisteren. Al je beloften aan Hem zul je nakomen. [28] Wat je ook maar wenst, zal gebeuren! En hemels licht zal schijnen op de weg die voor je ligt. [29] Wanneer mensen worden vernederd en jij zegt: “Help hen overeind,” dan zal Hij de vernederden redden [30] en zelfs jou zal Hij verlossen wegens je reine handen.’
