Colossenzen 3:1-25 HTB
[1] Nu u met Christus bent opgestaan uit de dood, moet u zich bezighouden met hemelse zaken. Want Christus zit daar nu op de allerhoogste plaats aan de rechterhand van God. [2] Richt daarom uw gedachten op de dingen van de hemel en niet op die van de aarde. [3] U bent immers al gestorven en uw leven is nu, samen met Christus, verborgen in God. [4] Eens wanneer Christus, die ons leven is, zichtbaar voor iedereen zal terugkomen, zal blijken dat ook u deel hebt aan zijn glorierijke macht. [5] Weg dan met alle aardse zonden, zoals seksuele zonden, vuiligheid, hartstocht, slechte verlangens en hebzucht. Door altijd maar meer te willen hebben, aanbidt u een afgod. [6] God zal de mensen die deze dingen doen vreselijk straffen. [7] Vroeger, voor uw bekering, deed u deze dingen ook, [8] maar nu mag er bij u geen sprake meer zijn van bitterheid, woede en boosaardigheid, van roddel en vuile taal. [9] Lieg niet tegen elkaar, dat hoorde bij uw oude leven, waarmee u hebt afgerekend. [10] Maar nu bent u een nieuwe mens, die nog steeds groeit en God beter leert kennen. Zo zult u meer en meer gaan lijken op God, die u gemaakt heeft. [11] In dit nieuwe leven is het van geen enkel belang van welke nationaliteit of ras u bent en evenmin welke opleiding of maatschappelijke positie u hebt. Het gaat om Christus, die alles in allen is. [12] God heeft u uitgekozen en houdt van u. Kleed u daarom met innerlijk medeleven, goedheid, nederigheid, zachtaardigheid en geduld. [13] Verdraag en vergeef elkaar als iemand iets tegen u heeft. Volg hierin het voorbeeld van Christus, die u zonder meer vergeven heeft. [14] Waar het op aankomt, is dat u zich laat leiden door de liefde, want dan zal de Gemeente in volmaakte harmonie bijeenblijven. [15] Laat de vrede van God uw harten beheersen. Daartoe heeft God u ook geroepen als leden van één Lichaam. Wees daarom dankbaar. [16] Laat uw hart vol zijn van Christusʼ woord. Zijn woorden zullen uw leven verrijken en u wijsheid geven. Leer ze aan elkaar, wijs elkaar ermee terecht en zing erover in psalmen, lofgezangen en geestelijke liederen. Zing zo met een dankbaar hart voor de Here. [17] Wat u ook zegt of doet, doe het in de naam van de Here Jezus en dank ook God, de Vader, in zijn naam. [18] Vrouwen, voeg u naar uw man, want dat is wat de Here van u verwacht. [19] En mannen, wijd u met liefde aan uw vrouw, behandel haar niet grof of onverschillig. [20] Kinderen, jullie moeten gehoorzaam zijn aan je vader en moeder, want dat is de wil van de Here. [21] Vaders, misbruik tegenover uw kinderen uw macht niet, want dan ontneemt u hun alle moed. [22] Slaven moeten hun meesters altijd gehoorzamen. Probeer het hun niet alleen naar de zin te maken als zij op u letten, maar voortdurend met een bereidwillige houding en ontzag voor God. [23] Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Here is en niet voor mensen. [24] U weet immers dat de Here u zal belonen met een deel van de erfenis, want u dient de Christus als Here. [25] Maar wie iets slechts doet, krijgt het zelf weer terug, en daarbij maakt God geen onderscheid.
